BOEK VII - BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN. › TITEL 6/1 - Waardepapieren. › HOOFDSTUK 5 - De cheque.
Afdeling 9 - Verjaring
VII.216/157–VII.216/159
Art. VII.216/157
-De regresvorderingen van de houder tegen de endossanten, de trekker en de andere chequeschuldenaars, verjaren door verloop van zes maanden, te rekenen van het einde van de aanbiedingstermijn.
De regresvorderingen van de verschillende tot betaling van een cheque verbonden schuldenaars tegen elkander verjaren door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop de chequeschuldenaar de cheque heeft betaald tot voldoening aan zijn regresplicht, of van de dag waarop hijzelf in rechte is aangesproken.
Art. VII.216/158
In geval van verjaring blijft een rechtsvordering bestaan tegen de trekker die geen fonds bezorgd heeft, en tegen een trekker of een endossant die zich onrechtmatig mocht hebben verrijkt.
Art. VII.216/159
De verjaring van de vorderingen die voortvloeien uit een cheque, wordt gestuit door rechtsvervolging; zij wordt geschorst door feiten van overmacht.
De stuiting der verjaring heeft slechts gevolgen tegen degene ten aanzien van wie de daad van stuiting heeft plaatsgehad.