Onder voorbehoud van de toepassing van internationale verdragen, van het recht van de Europese Unie of van bepalingen in bijzondere wetten, bevat onderhavig Wetboek het algemeen juridisch kader inzake economische aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren.
BOEK II - Algemene beginselen
II.1–II.5
Art. II.2
Dit Wetboek strekt ertoe de vrijheid van ondernemen en de loyauteit van economische transacties te verzekeren, en een hoog niveau van bescherming van de consument te waarborgen.
Art. II.3
Iedereen is vrij om enige economische activiteit naar keuze uit te oefenen.
Art. II.4
De vrijheid van ondernemen wordt uitgeoefend met inachtneming van de in België van kracht zijnde internationale verdragen, van het algemeen normatief kader van de economische unie en de monetaire eenheid zoals vastgesteld door of krachtens de internationale verdragen en de wet, alsmede van de wetten die de openbare orde en de goede zeden betreffen en van de bepalingen van dwingend recht.
Art. II.5
Voor besluiten die een loutere omzetting zijn van harmonisatiemaatregelen genomen op Europees vlak, zijn de raadplegingen van adviesorganen voorzien door dit Wetboek, niet verplicht, maar zullen deze besluiten ter kennis worden gebracht van deze adviesorganen.
Ontwerpen van besluiten die invulling geven aan een door de maatregel voorziene beleidsmarge of die andere elementen bevatten die de omzetting van de maatregel als zodanig te buiten gaan, dienen echter wel ter advies te worden voorgelegd.