Alle wetboeken › WER

Boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming

TITEL 5 - Collectieve consumentenovereenkomsten

VI.118–VI.123

Art. VI.118

§ 1.De collectieve consumentenovereenkomsten kunnen betrekking hebben op de algemene contractuele voorwaarden die aan de consumenten zullen worden voorgesteld, de voorlichting die hen zal worden gegeven, de wijzen van handelspromotie, de elementen betreffende kwaliteit, conformiteit en veiligheid van goederen en diensten en de wijzen van regeling van consumentengeschillen.

§ 2.De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt het toepassingsgebied, de datum van inwerkingtreding en de duur ervan.

De collectieve consumentenovereenkomst is niet van toepassing op de lopende overeenkomsten, behoudens andersluidende bepaling en voor zover zij gunstiger is voor de consument.

De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt de wijze waarop informatie betreffende de overeenkomst wordt verstrekt zowel aan de ondernemingen als aan de consumenten.

§ 3.Desgevallend bepaalt de collectieve consumentenovereenkomst de wijze waarop ze wordt herzien en verlengd.

Zij bepaalt tevens de voorwaarden voor de opzegging ervan door het geheel of een gedeelte van de ondertekenaars of toetreders, alsmede de duur van de opzegging die niet minder dan zes maanden mag bedragen.

Art. VI.119

Het onderhandelen over en het ondertekenen van collectieve consumentenovereenkomsten gebeurt binnen de bijzondere raadgevende commissie Verbruik.

De vraag om over een collectieve consumentenovereenkomst te onderhandelen gaat uit van een lid van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik of van een lid van de regering.

Indien de vraag op een sector slaat die niet vertegenwoordigd is binnen de bijzondere raadgevende commissie Verbruik, worden de ondernemingen van de sector of hun vertegenwoordigers uitgenodigd.

De collectieve consumentenovereenkomst kan niet worden afgesloten zonder hun goedkeuring.

Er moet binnen de bijzondere raadgevende commissie Verbruik een unaniem standpunt bestaan over de collectieve consumentenovereenkomst, zowel om de onderhandelingen aan te vatten als om een overeenkomst te sluiten.

Een specifieke cel wordt opgericht binnen het secretariaat van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik om het secretariaat van de collectieve consumentenovereenkomsten waar te nemen en om een register ervan bij te houden.

Een huishoudelijk reglement legt de te volgen procedure vast, alsook het aanwezigheidsquorum binnen elke groep van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik om unanieme beslissingen te nemen. Het reglement moet worden goedgekeurd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.

Art. VI.120

De algemene contractuele voorwaarden die in de collectieve consumentenovereenkomsten zijn vastgesteld, moeten vooraf voor advies worden voorgelegd aan de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen, die binnen de drie maanden haar advies uitbrengt. Eenmaal deze termijn is verstreken, kan de collectieve consumentenovereenkomst worden afgesloten.

Art. VI.121

De collectieve consumentenovereenkomst wordt door de minister overgemaakt aan de regering.

Behoudens bezwaar door een lid van de regering binnen een termijn van 15 dagen wordt zij bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Ingeval van bezwaar van een lid wordt zij geagendeerd op de eerstvolgende ministerraad.

Bij gebrek aan bekrachtiging door de ministerraad, vervalt de collectieve consumentenovereenkomst.

Elke wijziging, verlenging of opzegging van een collectieve consumentenovereenkomst wordt voorgelegd aan de ministerraad, waarna deze wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. VI.122

De ondertekenaars van en toetreders tot een collectieve consumentenovereenkomst waken over de correcte toepassing ervan.

De collectieve consumentenovereenkomst voorziet in de wijze waarop de klachten van de consumenten worden behandeld.

Het niet naleven van een collectieve consumentenovereenkomst door een onderneming kan worden beschouwd als een oneerlijke handelspraktijk jegens consumenten in de zin van titel IV, hoofdstuk 1.

Art. VI.123

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, op eenparig advies van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik aan een ganse sector de toepassing opleggen van een collectieve consumentenovereenkomst waarvan het toepassingsgebied nationaal is.