Alle wetboeken › Welzijnswet

Hoofdstuk IIbis - Specifieke bepalingen betreffende ondernemingen met een bepaalde risicovolle activiteiten.

6bis–6ter

Art. 6bis

Elke werkgever is verplicht om voor in zijn bedrijf verrichte sloop- of verwijderingswerkzaamheden waarbij belangrijke hoeveelheden asbest kunnen vrijkomen, een beroep te doen op een daartoe erkende onderneming.

Elke werkgever, die sloop- of verwijderingswerkzaamheden uitvoert waarbij belangrijke hoeveelheden asbest kunnen vrijkomen, moet, met het oog op de bescherming van de werknemers waarop hij een beroep doet voor het uitvoeren van die werken, erkend worden.

De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder en de nadere regels volgens welke de ondernemingen bedoeld in het eerste lid en de werkgevers bedoeld in het tweede lid kunnen erkend worden, wat de technische bekwaamheden waarover men moet beschikken betreft om de werken uit te voeren, de beschermingsmiddelen voor de werknemers, alsook hun vorming en informatie.

De Koning kan, bij besluit overlegd in Ministerraad, de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting uitbreiden tot die gevallen waar het niet correct uitvoeren van zeer gespecialiseerde werkzaamheden aanleiding kan geven tot een ernstig probleem voor de werknemers.

Art. 6ter

De werken bedoeld in artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders vormen het voorwerp van een voorafgaande aangifte bij de daartoe door de Koning aangeduide overheid.

Deze aangifte gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 30bis van voormelde wet van 27 juni 1969 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De Koning kan eveneens bepalen in welke gevallen de aangifte met het oog op de veiligheid en gezondheid van de werknemers vereist is.