Tot nietigheid van onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:
-de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;
-de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;
-het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.