Alle wetboeken › V.T.Sv.

HOOFDSTUK VII - Nietigheden

32

Art. 32

Tot nietigheid van onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:

-de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;

-de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;

-het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.