Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 8 Misdrijven met betrekking tot het in gevaar brengen van personen

Afdeling 4 Verkeersbelemmering

317–321

Art. 317

Verkeersbelemmering

Verkeersbelemmering is elke gedraging die het verkeer op de weg, de spoorweg, de binnenwateren of op zee belemmert, aangenomen met het oogmerk om te schaden.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 318

Gevaarlijke verkeersbelemmering

Indien de verkeersbelemmering bestaat uit een aanslag op de verkeersinfrastructuur of indien de verkeersbelemmering het zich verplaatsen in het verkeer gevaarlijk kan maken of ongevallen kan veroorzaken bij het deelnemen aan het verkeer, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 319

Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg

De verkeersbelemmering die een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 320

Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg

De verkeersbelemmering die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 321

Verkeersbelemmering met de dood tot gevolg

De verkeersbelemmering die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 5.