Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 8 Misdrijven met betrekking tot het in gevaar brengen van personen
Afdeling 2 Misbruik van de zwakke toestand van personen
306–309
Art. 306
Misbruik van de zwakke toestand van personen
Misbruik van de zwakke toestand van personen bestaat erin om, met kennis van de fysieke of psychische zwakheid die het oordeelsvermogen van het slachtoffer ernstig verstoort, bedrieglijk misbruik te maken van deze zwakheid om deze persoon ertoe te brengen een handeling te verrichten of zich van een handeling te onthouden, waarbij dit de fysieke of psychische integriteit dan wel het vermogen van het slachtoffer ernstig aantast.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Art. 307
Verzwaard misbruik van de zwakke toestand van personen
Misbruik van de zwakke toestand van personen wordt bestraft met een straf van niveau 3:
1°indien de handeling of onthouding van een handeling voortvloeit uit een toestand van fysieke of psychische onderwerping door aanwending van zware of herhaalde druk of van specifieke technieken om het oordeelsvermogen te verstoren;
2°indien het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is;
3°indien het misdrijf een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft;
4°indien het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft.
Art. 308
Misbruik van de zwakke toestand van personen met de dood tot gevolg
Het misbruik van de zwakke toestand van personen met de dood tot gevolg, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 4.
Art. 309
Bijkomende straf
De rechter kan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling opleggen als bijkomende straf.