Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 8 Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren › Hoofdstuk 5 Misdrijven tegen de rechtsbedeling › Afdeling 1 Belemmering van onderzoeksdaden en beveiligings- of bewaringsmaatregelen

Onderafdeling 2 Valse getuigenis, valse verklaring en meineed

647–652

Art. 647

Valse getuigenis

Valse getuigenis is het met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden afleggen van een getuigenis onder eed of optreden als tolk of deskundige, tegenover een onderzoeksrechter of een vonnisgerecht en waarbij de waarheid wordt verdraaid op een manier die een voordeel of nadeel kan opleveren voor een van de andere partijen in het geding.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 648

Valse verklaring

Valse verklaring is het met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden afleggen van een verklaring als inlichting tegenover een onderzoeksrechter of een vonnisgerecht, waarbij de waarheid wordt verdraaid en die een voordeel of nadeel kan opleveren voor een van de andere partijen in het geding.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 649

Verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring

Verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring is het opzettelijk uitlokken van een valse getuigenis, of een valse verklaring.

Dit misdrijf wordt bestraft met de straf gesteld op het uitgelokte misdrijf.

Art. 650

Strafuitsluitende verschoningsgronden

De volgende personen worden niet gestraft wegens valse getuigenis of valse verklaring:

1°personen die hun valse getuigenis of valse verklaring intrekken ten overstaan van het gerecht waarvoor zij deze valse getuigenis of valse verklaring hebben afgelegd voor de sluiting van de debatten, voor de schorsing van de debatten met het oog op onderzoek van een eventuele vervolging wegens valse getuigenis of valse verklaring of voor de bestraffing met toepassing van artikel 181 van het Wetboek van strafvordering;

2°personen die een valse getuigenis of valse verklaring hebben afgelegd voor een onderzoeksrechter en deze intrekken ten overstaan van deze onderzoeksrechter voor zijn ontlasting door het onderzoeksgerecht of ten overstaan van het rechtscollege dat in eerste aanleg kennis neemt van de zaak voor de sluiting van de debatten, voor de schorsing van de debatten met het oog op onderzoek van een eventuele vervolging wegens valse getuigenis of valse verklaring of voor de bestraffing met toepassing van artikel 181 van het Wetboek van strafvordering;

3°personen die ten gevolge van hun bloed- of aanverwantschap met een beklaagde of beschuldigde buiten ede worden gehoord, wanneer die verklaringen zijn afgelegd ten voordele van deze beklaagde of beschuldigde.

Art. 651

Meineed

Meineed is het met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden afleggen van een valse eed door iemand aan wie deze eed in burgerlijke zaken wordt opgedragen of teruggewezen, waarbij de waarheid wordt verdraaid en die een voordeel of nadeel kan opleveren voor een van de partijen in de zaak.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 652

Valse eed bij verzegeling of boedel-beschrijving

Valse eed bij verzegeling of boedelbeschrijving is het opzettelijk afleggen van een valse eed bij een verzegeling of boedelbeschrijving.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.