Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL IV Enkele rechtsplegingen van bijzondere aard (art. 448–524septies) › TITEL IV - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD.

HOOFDSTUK VI - VASTSTELLING VAN DE IDENTITEIT VAN ONTVLUCHTE EN OPNIEUW AANGEHOUDEN VEROORDEELDEN.

518–520

Art. 518

De vaststelling van de identiteit van een veroordeelde die ontvlucht is en opnieuw aangehouden, geschiedt door het hof dat hem veroordeeld heeft.

(Lid 2 opgeheven)

Art. 519

De desbetreffende vonnissen worden gewezen zonder bijstand van gezworenen, nadat het hof de getuigen gehoord heeft die opgeroepen zijn zowel op verzoek van de procureur-generaal als van de aangehoudene, indien deze getuigen heeft doen dagvaarden.

De terechtzitting is openbaar en de aangehoudene moet tegenwoordig zijn, op straffe van nietigheid.

Art. 520

De procureur-generaal en de aangehoudene kunnen zich, in de vorm en binnen de termijn bij dit wetboek bepaald, in cassatie voorzien tegen het arrest dat op de vordering tot vaststelling van identiteit gewezen is.