Alle wetboeken › Sv.

BOEK I De gerechtelijke politie en de officieren die ze uitoefenen (art. 8–136ter)

HOOFDSTUK III - VELDWACHTERS EN BOSWACHTERS.

16–21

Art. 16

(...) de boswachters en de bijzondere veldwachters zijn, ieder van hen op het grondgebied waarvoor hij beëdigd is, belast met het opsporen van de misdrijven strafbaar met een straf van niveau 1, 2 of 3 tegen land- en boseigendommen.

Zij maken processen-verbaal op tot vaststelling van de aard, de omstandigheden, de tijd, de plaats van de misdrijven, alsook van de bewijzen en de aanwijzingen die zij daaromtrent hebben kunnen inwinnen.

(Zij volgen de weggenomen voorwerpen naar de plaats waarheen deze zijn overgebracht, en stellen ze in bewaring; zij mogen echter de huizen, werkhuizen, gebouwen, belendende binnenplaatsen en besloten erven niet betreden, dan in tegenwoordigheid van een politieambtenaar, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings; het proces-verbaal dat daarvan moet worden opgemaakt, wordt getekend door degene in wiens tegenwoordigheid het is opgemaakt.)

Zij vatten en geleiden voor de (rechter in de politierechtbank) of voor de burgemeester ieder persoon die zij op heterdaad betrappen of die door het openbaar beroep wordt aangewezen, wanneer dit misdrijf wordt gestraft met een straf van niveau 2 of 3.

Zij doen zich daartoe de sterke hand bieden door de burgemeester of een schepen van de plaats, die dit niet mag weigeren.

Art. 17

De (...) boswachters en de bijzondere veldwachters staan, als officier van gerechtelijke politie, onder toezicht van de procureur des Konings, onverminderd hun ondergeschiktheid aan hun meerderen in het bestuur.

Art. 18

(Federaal) De boswachters van het beheer, van de gemeenten en van de openbare instellingen doen hun processen-verbaal toekomen aan de bewaarder, de opziener of de onderopziener bij het bosbeheer binnen (drie dagen, daarin begrepen de dag waarop het feit dat zij in behandeling hebben gehad, te hunner kennis is gekomen)

Lid 2 opgeheven

Art. 18

Vlaams Gewest

< Opgeheven door DVR 2009-04-30/87, art. 43, 056; Inwerkingtreding: 25-06-2009>

Art. 19

De bewaarder, de opziener of de onderopziener doet de verdachten of de burgerrechtelijk aansprakelijke personen dagvaarden voor de correctionele rechtbank.

Art. 20

De processen-verbaal van de boswachters en de bijzondere veldwachters worden toegezonden aan de procureur des Konings.