BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL VII - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE ORDE VAN DE FAMILIE.
HOOFDSTUK III - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN STREKKENDE TOT HET VERHINDEREN OF VERNIETIGEN VAN HET BEWIJS VAN DE BURGERLIJKE STAAT VAN KINDEREN.
361–367
Art. 361
opgeheven
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 26 euro tot 200 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:
1°hij die gehouden is krachtens artikel 43, § 1 van het Burgerlijk Wetboek, de geboorte van een kind aan te geven en die aangifte niet doet zoals voorzien in dat artikel;
2°hij die gehouden is krachtens artikel 42, van het Burgerlijk Wetboek kennis te geven van een bevalling aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en die kennisgeving niet doet overeenkomstig die bepalingen.
Art. 362
opgeheven
Met de straffen, bij het vorige artikel bedoeld, wordt gestraft hij die een pasgeboren kind heeft gevonden en hier niet onmiddellijk kennis van heeft gegeven aan de openbare hulpdiensten, zoals bij artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek is voorgeschreven.
Deze bepaling is niet toepasselijk op hem die erin heeft toegestemd het kind te zijnen laste te nemen en dienaangaande een verklaring heeft afgelegd bij de gemeenteoverheid van de plaats waar het kind gevonden is.
Art. 363
opgeheven
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die een kind met een ander kind verwisselt of aan een vrouw een kind toeschrijft waarvan zij niet is bevallen.
Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt gestraft hij die het bewijs van de burgerlijke staat van een kind vernietigt of het opmaken ervan verhindert.
Dezelfde straf wordt toegepast op hen die opdracht geven om de in de vorige leden vermelde feiten te plegen, indien die opdracht is uitgevoerd.