Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL V - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE DOOR BIJZONDERE PERSONEN GEPLEEGD.

HOOFDSTUK IX - ENIGE ANDERE MISDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE.

315–321

Art. 315

opgeheven

Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden of met geldboete van zesentwintig tot driehonderd euro worden gestraft:

Zij die, zonder voorafgaand verlof van de openbare ambtenaar, een begraving verrichten of doen verrichten;

Zij die op enigerlei wijze de wetten en verordeningen betreffende de begraafplaatsen en de vervroegde begravingen overtreden.

Art. 316

opgeheven

Hij die nagelaten heeft te antwoorden op de onderzoekingen gelast door de overheden met het oog op de samenstelling van de lijsten van gezworenen, of die om vrijgesteld te worden van de vervulling van het ambt van gezworene een valse verklaring doet, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.

Art. 316bis

opgeheven

Wordt gestraft met een geldboete van vijftig euro tot duizend euro:

1°de niet vrijgestelde gezworene die zich niet aanmeldt bij het hof van assisen op de dag en het uur die voor de opening van de debatten zijn gesteld, op de dagvaarding die hem is betekend of op de oproeping die hij heeft ontvangen;

2°de gezworene die de dagvaarding of de oproeping heeft beantwoord en zich terugtrekt zonder verlof van de voorzitter, voordat zijn ambt voleindigd is.

Art. 317

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 318

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 319

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 320

opgeheven

(Opgeheven)

Art. 321

opgeheven

(Opgeheven)