Als loterijen worden beschouwd alle verrichtingen die het publiek aangeboden worden en die bestemd zijn om winst te verschaffen door middel van het lot.
BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL V - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE DOOR BIJZONDERE PERSONEN GEPLEEGD.
HOOFDSTUK VII - OVERTREDING VAN DE WETTEN EN VERORDENINGEN OP LOTERIJEN, SPEELHUIZEN EN PANDHUIZEN.
301–308
Art. 302
opgehevenDe aanleggers, ondernemers, beheerders, aangestelden of agenten van niet wettelijk toegelaten loterijen worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro.
De roerende goederen in de loterij ingelegd en die welke voor de dienst van de loterij gebruikt worden of bestemd zijn, worden verbeurd verklaard.
Wanneer een onroerend goed in de loterij is ingelegd, wordt de verbeurdverklaring niet uitgesproken; zij wordt vervangen door geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
Art. 303
opgehevenMet gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft:
Zij die briefjes van niet wettelijk toegelaten loterijen plaatsen, venten of verspreiden;
Zij die door berichten, aankondigingen, aanplakbiljetten of door enig ander publiciteitsmiddel het bestaan van die loterijen doen kennen of de uitgifte van de loterijbriefjes bevorderen.
In alle gevallen worden de briefjes, alsook de berichten, aankondigingen of aanplakbiljetten, in beslag genomen en vernietigd.
Art. 304
opgehevenVan de straffen, in het vorige artikel bepaald, blijven vrij de omroepers en de aanplakkers die de persoon doen kennen van wie zij de voormelde briefjes of geschriften gekregen hebben.
Art. 305
opgeheven(Opgeheven)
Art. 306
opgehevenZij die zonder wettelijke vergunning een pandhuis houden, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
Art. 307
opgehevenZij die wel een vergunning hebben maar geen overeenkomstig de verordeningen ingericht register houden, waarin achter elkaar, zonder enig wit vak of enige tussenregel, zijn opgenomen de te leen gegeven sommen of zaken, de namen, de woonplaats en het beroep van de leners, de aard, de hoedanigheid, de waarde van de in pand gegeven zaken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
Art. 308
opgehevenMet gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro worden gestraft:
Zij die er een gewoonte van maken voor een ander en tegen beloning zaken naar de kantoren van de berg van barmhartigheid te brengen;
Zij die er een gewoonte van maken pandbewijzen van de berg van barmhartigheid te kopen;
Zij die de pandbewijzen van die instellingen, waaruit leningen op nieuwe koopwaren blijken, kopen of aan anderen overdragen.