Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL V - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE DOOR BIJZONDERE PERSONEN GEPLEEGD.

HOOFDSTUK IV - BELEMMERING VAN DE UITVOERING VAN OPENBARE WERKEN.

289–291

Art. 289

opgeheven

Hij die zich door feitelijkheden verzet tegen de uitvoering van werken waartoe de bevoegde overheid bevel of machtiging heeft gegeven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.

Art. 290

opgeheven

Zij die zich door samenscholing en geweld, feitelijkheden of bedreigingen, tegen de uitvoering van die werken verzetten, worden gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.

De hoofden of aanstokers worden gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.

Art. 291

opgeheven

In de gevallen, bij de twee vorige artikelen omschreven, kunnen de schuldigen bovendien worden veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.