Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL III - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE TROUW.

[Bepalingen aan de vijf vorige hoofdstukken gemeen] &

213–214

Art. 213

opgeheven

De toepassing van de straffen, gesteld tegen hen die gebruik maken van de munten, effecten, rente- of dividendbewijzen, biljetten, niet contante betaalinstrumenten, zegels, stempels, merken, telegrammen en geschriften welke nagemaakt, valselijk opgemaakt of vervalst zijn, heeft slechts plaats voor zover die personen van de valse zaak gebruik maken met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.

Art. 214

opgeheven

In de gevallen, omschreven in de hoofdstukken I tot IV van deze titel en waarvoor geen geldboete in het bijzonder bepaald is, wordt een geldboete van zesentwintig euro tot tweeduizend euro uitgesproken.