Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL VIII - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN PERSONEN.

HOOFDSTUK I - (OPZETTELIJK DODEN, OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN LICHAMELIJK LETSEL, FOLTERING, ONMENSELIJKE BEHANDELING EN ONTERENDE BEHANDELING.)

392–392bis

Art. 392

opgeheven

Opzettelijk worden genoemd het doden en het toebrengen van letsel met het oogmerk om een bepaald persoon of een persoon die zal worden aangetroffen of ontmoet, aan te randen, ook al was dit oogmerk afhankelijk van enige omstandigheid of van enige voorwaarde en zelfs al heeft de dader zich vergist omtrent de persoon die het slachtoffer van de aanranding is geworden.

Art. 392bis

opgeheven

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden met de woorden " vader ", " moeder ", " ouders " en " bloedverwant in opgaande lijn " ook de adoptanten en, in geval van adoptie en volle adoptie, ook de bloedverwanten in de opgaande lijn van de adoptanten bedoeld.

Voor de toepassing van hetzelfde hoofdstuk betekent het woord "journalist": de persoon die een activiteit uitoefent als bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.