Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS XIV TOT XX Wijze van eigendomsverkrijging (art. 2011–2281) › TITEL XX - VERJARING. › HOOFDSTUK V - TIJD DIE VOOR DE VERJARING VEREIST IS.

AFDELING III - TIENJARIGE EN TWINTIGJARIGE VERJARING.

2265–2270

Art. 2265

opgeheven

Hij die te goeder trouw en uit kracht van een wettige titel een onroerend goed verkrijgt, bekomt daarvan de eigendom door verjaring na tien jaren, indien de ware eigenaar woont binnen het rechtsgebied van het hof van beroep waarin het onroerend goed gelegen is; en na twintig jaren, indien hij buiten dat gebied zijn woonplaats heeft.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 2266

opgeheven

Indien de ware eigenaar op verschillende tijdstippen zijn woonplaats binnen en buiten het rechtsgebied heeft gehad, moet, om de tot verjaring vereiste tijd aan te vullen, bij hetgeen aan de tien jaren aanwezigheid ontbreekt, tweemaal zoveel jaren afwezigheid worden gevoegd als er jaren ontbreken om de volle tien jaren aanwezigheid te bereiken.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 2267

opgeheven

Een titel die nietig is uit hoofde van een gebreek in de vorm, kan niet als grondslag dienen voor een tienjarige en twintigjarige verjaring.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 2268

opgeheven

Goede trouw wordt steeds vermoed, en hij die zich op kwade trouw beroept, moet die bewijzen.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 2269

opgeheven

Het is voldoende dat de goede trouw aanwezig was op het ogenblik van de verkrijging.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 2270

Na verloop van tien jaren zijn architecten en aannemers ontslagen van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid.