Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS VI TOT XIII Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1582–2010) › TITEL XIII - LASTGEVING.

HOOFDSTUK I - AARD EN VORM VAN DE LASTGEVING.

1984–1990

Art. 1984

Lastgeving of volmacht is een handeling, waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen.

Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de lasthebber.

Art. 1984bis

De persoon die werd gelast met een gerechtelijke lastgeving, kan, in uitvoering van deze lastgeving, een volmacht verlenen aan een derde louter met het oog op de ondertekening van een authentieke akte waarvan de inhoud reeds door deze persoon werd vastgelegd. Deze volmacht vermeldt uitdrukkelijk dat deze beperkt is tot de loutere ondertekening van de authentieke akte die erin wordt vermeld.

Art. 1985

Lastgeving kan verleend worden of bij een openbare akte, of bij een onderhands geschrift, zelfs bij een brief. Zij kan ook mondeling verleend worden; maar het bewijs ervan door getuigen wordt alleen toegelaten overeenkomstig de titel Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen.

De aanneming van de lastgeving kan ook stilzwijgend geschieden, en blijken uit de uitvoering ervan door de lasthebber.

Art. 1986

Lastgeving geschiedt om niet, tenzij het tegendeel bedongen is.

Art. 1987

Lastgeving is of bijzonder en betreft slechts een zaak of bepaalde zaken, of algemeen en betreft alle zaken van de lastgever.

Art. 1988

Lastgeving, in algemene bewoordingen uitgedrukt, omvat alleen de daden van beheer.

Om goederen te vervreemden of met hypotheek te bezwaren, of om enige andere daad van eigendom te verrichten, is een uitdrukkelijke lastgeving vereist.

Art. 1989

De lasthebber mag niets doen buiten hetgeen in zijn lastgeving begrepen is; de macht om een dading te treffen omvat niet de macht om een compromis aan te gaan.

Art. 1990

Ontvoogde minderjarigen kunnen tot lasthebber gekozen worden, maar de lastgever heeft geen vordering tegen zodanige lasthebber dan overeenkomstig de algemene regels betreffende de verbintenissen van minderjarigen.

<NOTA: Bij wijze van overgangsmaatregelen (zie art. IV, 47, § 2 W. 14 juli 1976) blijft de hierna volgende tekst van kracht in de voorziene gevallen:Vrouwen en ontvoogde minderjarigen kunnen tot lasthebbers gekozen worden; maar de lastgever heeft geen vordering tegen een minderjarige lasthebber dan overeenkomstig de algemene regels betreffende de verbintenissen van minderjarigen, en tegen een gehuwde vrouw die de lastgeving zonder machtiging van haar man heeft aangenomen, dan overeenkomstig de regels gesteld in de titel Huwelijkscontract (...).>