Indien het in pacht gegeven vee geheel teniet gaat buiten de schuld van de deelpachter, draagt de verpachter het verlies.
BOEK III — TITELS VI TOT XIII Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1582–2010) › TITEL VIII - HUUR.
§ II VEEPACHT AAN DE DEELPACHTER TOEGESTAAN.
1827–1831
Art. 1828
Men mag bedingen dat de deelpachter aan de verpachter zijn aandeel in de wol zal overlaten tegen een prijs beneden de normale waarde;
Dat de verpachter een groter aandeel in de winst zal hebben;
Dat hij de helft zal hebben van het zuivel;
Maar men mag niet bedingen dat de deelpachter het gehele verlies zal dragen.
Art. 1829
Deze veepacht eindigt tegelijk met de deelpacht.
Art. 1830
Zij is verder aan alle regels van de gewone veepacht onderworpen.
Art. 1831
Wanneer een of meer koeien gegeven worden om die te stallen en te voeden, behoudt de verhuurder de eigendom daarvan; geen ander voordeel dan de kalveren die van de koeien voortkomen, komt hem toe.