BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581) › TITEL V
§ 2
1457–1460
Art. 1457
opgeheven
Echtgenoten kunnen overeenkomen dat de langstlevende of een hunner indien hij het langst leeft, het recht zal hebben om vóór de verdeling, hetzij een bepaalde geldsom, hetzij bepaalde goederen in natura, hetzij een hoeveelheid of een percentage van een bepaalde categorie van goederen vooraf te nemen uit het gemeenschappelijk vermogen.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 1458
opgeheven
Vooruitmaking wordt niet beschouwd als een schenking maar als een huwelijksovereenkomst.
Zij wordt echter wel als een schenking beschouwd ten belope van de helft, indien zij tegenwoordige of toekomstige goederen tot voorwerp heeft die de vooroverleden echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht door een uitdrukkelijk beding in het huwelijkscontract.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 1459
opgeheven
<Opgeheven bij W 2012-12-10/14, art. 40, 025; Inwerkingtreding: 21-01-2013>
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 1460
opgeheven
Vooruitgemaakte goederen kunnen in beslag worden genomen voor de betaling van gemeenschappelijke schulden, behoudens verhaal van de begunstigde echtgenoot, wanneer het goederen in natura betreft, op de rest van het gemeenschappelijk vermogen.
Zodanig verhaal is eveneens mogelijk in geval van vervreemding door een der echtgenoten van een goed dat in natura vooruitgemaakt is.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.