Alle wetboeken › Oud BW

BOEK III — TITELS III TOT V Wijze van eigendomsverkrijging (art. 1101–1581) › TITEL V

§ 3

1439–1441

Art. 1439

opgeheven

Onverminderd de rechten van de hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers, moeten de gemeenschappelijke schulden die overeenkomstig artikel 1414 verhaalbaar zijn op de drie vermogens, worden voldaan vóór de schulden die alleen verhaalbaar zijn op het gemeenschappelijk vermogen en op het vermogen van een der echtgenoten.

Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1440

opgeheven

Elk der echtgenoten staat met al zijn goederen in voor de gemeenschappelijke schulden die overblijven na de verdeling.

Evenwel zal iedere echtgenoot, voor de gemeenschappelijke schulden die tijdens het stelsel niet verhaalbaar waren op zijn eigen vermogen, slechts instaan ten belope van hetgeen hij ontvangen heeft bij de verdeling.

Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 1441

opgeheven

Voor zover in de akte van verdeling niet anders is bepaald, kan de echtgenoot die na de verdeling een gemeenschappelijke schuld betaalt, de helft van hetgeen hij betaald heeft, op de andere echtgenoot verhalen.

Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.