Hij die nabij een al dan niet gemene muur, een put of een gemakput laat graven.
Hij die daartegen een schoorsteen of stookplaats, een smidse, oven of fornuis wil oprichten,
Daartegen een stal wil aanbouwen,
Of tegen die muur een bewaarplaats van zout of een opslag van bijtende stoffen wil aanleggen,
is verplicht de afstand te laten die is voorgeschreven door de bijzondere verordeningen en gebruiken op dat stuk, of zodanige werken aan te leggen als deze verordeningen en gebruiken voorschrijven ten einde schade voor de nabuur te voorkomen.
Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.