Alle wetboeken › Oud BW

BOEK II Goederen en beperkingen van eigendom (art. 516–710bis) › TITEL IV - ERFDIENSTBAARHEDEN OF GRONDLASTEN.

HOOFDSTUK II - ERFDIENSTBAARHEDEN DIE DOOR DE WET GEVESTIGD ZIJN.

649–652

Art. 649

opgeheven

De erfdienstbaarheden die door de wet gevestigd zijn, beogen het algemeen of het gemeentelijk nut, of het nut van bijzondere personen.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 650

opgeheven

Die welke gevestigd zijn tot algemeen of tot gemeentelijk nut, betreffen de voetpaden langs bevaarbare of vlotbare rivieren, het aanleggen of herstellen van de wegen en andere openbare of gemeentelijke werken.

Alles wat deze soort van erfdienstbaarheid betreft, wordt door bijzondere wetten of verordeningen geregeld.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 651

opgeheven

De wet legt de eigenaars verscheidene verplichtingen jegens elkaar op, onafhankelijk van iedere overeenkomst.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.

Art. 652

opgeheven

Enkele van deze verplichtingen worden geregeld door de wetten op de veldpolitie;

De overige betreffen de gemene muur en de gemene gracht, het geval dat een tegenmuur nodig is, de uitzichten op het eigendom van de nabuur, de dakdrop, het recht van uitweg.

Opgeheven met ingang van 1 september 2021 door de wet 2020-02-04/16, die boek 3 (Goederen) in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 31 augustus 2021. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.