§ 1.Het bewind eindigt in de gevallen bedoeld in artikel 492/4.
§ 2.Onverminderd artikel 499/19, neemt de opdracht van de bewindvoerder een einde:
1°door de beëindiging van het bewind;
2°door het overlijden van de bewindvoerder of de ontbinding van de private stichting;
3°door de plaatsing van de bewindvoerder onder een rechterlijke beschermingsmaatregel overeenkomstig artikel 492/1;
4°door het nemen van een buitengerechtelijke maatregel ten aanzien van de bewindvoerder;
5°ingeval de vrederechter overeenkomstig artikel 496/7 beslist om de bewindvoerder te vervangen;
6°ingeval de vrederechter ten aanzien van de beschermde persoon een buitengerechtelijke beschermingsmaatregel beveelt als bedoeld in de artikelen 490 of 490/1 en hierbij de opheffing van de rechterlijke beschermingsmaatregel ten aanzien van de beschermde persoon beveelt.