Alle wetboeken › Oud BW

INLEIDENDE TITEL EN BOEK I Personen (art. 1–515) › BOEK I - PERSONEN. › TITEL IX - Ouderlijk gezag en pleegzorg.

HOOFDSTUK III - Broers en zussen.

387quinquiesdecies–387septiesdecies

Art. 387quinquiesdecies

Dit hoofdstuk is van toepassing op de maatregelen bedoeld in de hoofdstukken I en II en op de plaatsing van een minderjarig niet ontvoogd kind in het kader van de jeugdbijstand en de jeugdbescherming, met uitzondering van plaatsingen ingevolge het plegen van een als misdrijf omschreven feit.

Art. 387sexiesdecies

In deze titel worden gelijkgesteld met broers en zussen, kinderen die samen binnen eenzelfde gezin worden opgevoed en die een bijzondere affectieve band met elkaar hebben ontwikkeld.

Art. 387septiesdecies

Minderjarige broers en zussen hebben het recht om niet van elkaar te worden gescheiden. Dit recht moet in het belang van elk kind worden beoordeeld. Ingeval het belang van een kind vereist dat dit recht niet wordt uitgeoefend, streven de ouders, de pleegzorgers, de rechtbank en de daartoe bevoegde overheid het behoud van persoonlijke contacten tussen dit kind en elk van zijn broers en zussen na tenzij ook dit strijdig is met het belang van dit kind.