Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL V Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386–1675/27) › TITEL III _ GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING.

EERSTE HOOFDSTUK _ Algemene bepalingen.

1494–1498

Art. 1494

Geen uitvoerend beslag op roerend of onroerend goed mag worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken.

(Wanneer voornoemd beslag echter gelegd wordt om de betaling te verkrijgen van vervallen termijnen van een schuldvordering betreffende periodieke inkomsten, kan het ook plaatsvinden om de betaling te verkrijgen van de nog te vervallen termijnen, naarmate die vervallen.)

Art. 1495

Geen veroordelende beslissing kan worden ten uitvoer gelegd dan nadat zij aan de partij is betekend.

Onverminderd het bewarend beslag bedoeld in artikel 1414, kan de veroordeling tot betaling van een som geld, die het voorwerp is van een beslissing waartegen nog verzet of hoger beroep door een versteklatende partij openstaat, niet worden ten uitvoer gelegd voor het verstrijken van een maand na de betekening van de beslissing, tenzij voorlopige tenuitvoerlegging daarvan is gelast.

Die bepalingen gelden op straffe van nietigheid van de daden van tenuitvoerlegging.

Art. 1496

Voor zover het wordt nageleefd, zal elk afbetalingsplan dat door tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder in het kader van de invordering van een geldsom tot stand komt, de schorsing van de middelen van tenuitvoerlegging die strekken tot de betaling van deze geldsom tot gevolg hebben.

Als de schuldenaar om een afbetalingsregeling verzoekt dan wordt, na akkoord van de schuldeiser, door de gerechtsdeurwaarder via gewone brief of via elektronische weg bevestigd dat de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten zijn overeengekomen en dewelke dat zijn, met uitdrukkelijk vermelding van de bedragen en termijnen.

Bij niet-naleving van het afbetalingsplan, vraagt de gerechtsdeurwaarder per herinneringsbrief of met alle passende communicatiemiddelen om binnen acht kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de herinnering de betaling van de overeenkomstig het afbetalingsplan vervallen bedragen of van een met de gerechtsdeurwaarder overeen te komen bedrag te verrichten, met vermelding dat wanneer hieraan niet voldaan wordt, de uitvoering onmiddellijk wordt voortgezet. Wanneer de herinnering langs elektronische weg wordt verzonden, vangt de termijn van acht kalenderdagen aan op de kalenderdag die volgt op de dag waarop de herinnering werd verzonden aan de schuldenaar.

Art. 1497

In geval van bewarend beslag, is er geen grond tot nieuw beslag voorafgaand aan de tenuitvoerlegging. Er wordt daartoe, in voorkomend geval, overgegaan door middel van de uitvoerbare titel die de beslaglegger bezit of zal bezitten, en na bevel krachtens die titel.

Wanneer bewarend beslag op onroerend goed omgezet wordt in uitvoerend beslag, geldt de overschrijving van het bevel voorafgaand aan de tenuitvoerlegging, voor de toepassing van hoofdstuk VI van deze titel, als overschrijving van het exploot van uitvoerend beslag. Dat bevel moet ten laatste binnen vijftien dagen worden overgeschreven op het bevoegde hypotheekkantoor en de nauwkeurige aanduiding bevatten van de overschrijving van het bewarend beslag dat in uitvoerend beslag is omgezet.

Art. 1498

In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging kan iedere belanghebbende partij zich wenden tot de beslagrechter, evenwel zonder dat het instellen van deze vordering schorsende kracht heeft.

De beslagrechter beveelt de opheffing van het beslag indien daartoe grond bestaat.