Indien een partij aanbiedt het bewijs van een bepaald en ter zake dienend feit te leveren door een of meer getuigen, kan de rechter die bewijslevering toestaan, indien het bewijs toelaatbaar is.
DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING. › TITEL III _ Tussengeschillen en bewijs.
Eerste onderafdeling _ Vonnis waarbij getuigenverhoor wordt toegestaan.
915–922
Art. 916
De rechter kan ambtshalve gelasten dat voor de feiten bewijs wordt geleverd dat hem afdoende voorkomt, tenzij de wet hem dit verbiedt.
Hij kan in dat geval de namen opgeven van de getuigen die zullen worden gehoord op de plaats, de dag en het uur door hem bepaald.
Art. 917
De rechter die het getuigenverhoor toestaat of beveelt, vermeldt in zijn vonnis:
1°de feiten waarvan hij het bewijs toelaat;
2°de plaats, de dag en het uur van de zitting in raadkamer waarop het getuigenverhoor zal worden gehouden.
Art. 918
Het getuigenverhoor wordt gehouden door de rechters die het hebben toegestaan of bevolen of door de rechter die in het vonnis is aangewezen.
Art. 919
Het vonnis waarbij het getuigenverhoor wordt toegestaan of bevolen, is niet vatbaar voor verzet.
De griffier geeft er aan de partijen kennis van bij gerechtsbrief.
Art. 920
Indien het vonnis waarbij het getuigenverhoor wordt toegestaan of bevolen, in hoger beroep wordt bevestigd en er voor het hof geen reden is om de zaak aan zich te trekken, wordt het getuigenverhoor vastgesteld en gehouden door de rechter waartoe de meest gerede partij zich wendt bij gewoon verzoekschrift.
De beschikking wordt door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de partijen.
Art. 921
Tegenbewijs staat van rechtswege vrij, zelfs wanneer het getuigenverhoor ambtshalve wordt gelast.
Het tegenverhoor gebeurt op de plaats, de dag en het uur die de rechter ambtshalve, of op verzoek van de belanghebbende partij, vaststelt.
Het verzoekschrift wordt neergelegd ter griffie, ten laatste dertig dagen na de verzending van het proces-verbaal van het verhoor.
Het verzoekschrift en de beschikking daarop worden door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan de partijen of, in voorkomend geval, aan hun advocaat.
Art. 922
De partij die een getuigenverhoor laat houden, dient aan de griffier een lijst van de getuigen te zenden, ten minste vijftien dagen vóór de zitting waarop het verhoor zal worden gehouden.
Deze lijst bevat de vermelding van de identiteit van de getuigen en wordt ter griffie neergelegd in evenveel exemplaren als er partijen in het geding zijn; de griffier maakt de lijst bij gerechtsbrief aan de andere partijen buiten de verzoeker bekend.