DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies)
HOOFDSTUK IV - Hoger Beroep.
688–690
Art. 688
(Tegen de beslissingen van de vrederechters, van de politierechtbanken en van de bureaus voor rechtsbijstand van een rechtbank van eerste aanleg, van een arbeidsrechtbank of van een ondernemingsrechtbank kan hoger beroep worden ingesteld door de verzoeker.)
De procureur-generaal bij het hof van beroep kan de beslissingen van het bureau in hoger beroep naar het Hof van Cassatie verwijzen, doch uitsluitend wegens overtreding van de wet.
Art. 689
Hoger beroep wordt, op straffe van verval, binnen een maand na de kennisgeving van de uitspraak ingesteld bij een schriftelijk verzoek, dat bij de griffie van het gerecht in hoger beroep wordt ingediend. Dit verzoek is aan geen andere formaliteiten onderworpen dan de vermelding van de redenen, die op straffe van nietigheid is voorgeschreven.
De rechtspleging die is bepaald in artikel 678 wordt gevolgd.
Art. 690
Voorziening in cassatie wordt ingesteld bij een verklaring, die binnen tien dagen na de uitspraak ter griffie van het Hof van Cassatie wordt afgelegd, met redenen omkleed moet zijn en binnen tien dagen na de dagtekening ervan aan (de verzoeker) moet worden betekend, alles op straffe van nietigheid.
De betekening geschiedt met dagvaarding om op de bepaalde dag te verschijnen vóór het Hof van Cassatie.
De regels in strafzaken moeten worden in acht genomen.