Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING. › TITEL II _ Behandeling en berechting van de vordering. › Eerste afdeling _ Behandeling ter inleidende zitting.

Afdeling IV _ Bepaling van de rechtsdag en verdaging.

749–754

Art. 749

De griffier van de rollen draagt doorlopend zorg voor het regelen van de rechtsdagen (onder het gezag) van de voorzitter van het gerecht.

De Koning stelt in voorkomend geval nadere regels voor de toepassing van dit artikel.

Art. 750

Onverminderd de toepassing van artikel 747, wordt de rechtsdag bepaald op gezamenlijk verzoek van de partijen.

Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter van de kamer waaraan de zaak werd toegewezen en ter griffie neergelegd, gelijktijdig met of na de neerlegging van de conclusies van de partijen.

De griffier brengt, bij gewone brief, de rechtsdag ter kennis van de partijen en hun advocaten.

Art. 751

(opgeheven)

Art. 752

(opgeheven)

Art. 753

(opgeheven)

Art. 754

Wordt de zaak verdaagd, dan zendt de griffier daarvan een gewoon bericht aan de advocaten van de partijen, of aan de partij zelf indien zij geen advocaat heeft.