Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING.

HOOFDSTUK II _ Termijnen van dagvaarding.

707–710

Art. 707

De gewone termijn van dagvaarding voor hen die hun woon- of verblijfplaats hebben in België, is acht dagen.

Hetzelfde geldt:

1°wanneer de dagvaarding in België aan de gekozen woonplaats wordt betekend;

2°wanneer de persoon ter kennis van wie de dagvaarding wordt gebracht, geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in België of in het buitenland;

3°wanneer een dagvaarding aan een partij die haar woonplaats heeft in het buitenland, wordt betekend aan haar persoon in België.

Art. 708

In spoedeisende gevallen kan de vrederechter, de voorzitter van de rechtbank of de familie- en jeugdrechtbank waarvoor een zaak moet worden gebracht, op een door een advocaat of een gerechtsdeurwaarder ingediend en door hen ondertekend verzoekschrift een beschikking geven om de termijnen te verkorten, en zelfs, indien daartoe grond bestaat, verlof verlenen om binnen dezelfde dag en op het gestelde uur te dagvaarden.

Op verzoekschriften evenwel die tot de rechtbank worden gericht, na de toewijzing van de zaak aan een kamer en in de loop van de behandeling, wordt beschikt door de voorzitter van die kamer.

(Dit artikel is van toepassing op het verzoekschrift op tegenspraak.)

Art. 709

Voor hen die noch woonplaats, noch verblijfplaats noch gekozen woonplaats hebben in België, wordt de termijn verlengd zoals bepaald is in artikel 55, behalve wanneer de dagvaarding aan hun persoon in België is betekend.

Art. 710

De termijnen van dagvaarding zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid.

Dezelfde regel is van toepassing op de andere vormen van oproeping die de wet bepaalt.