Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL V - Tucht.

HOOFDSTUK IV - (vroeger afdeling VI) Tuchtprocedure

415–416

Art. 415

Een zaak wordt bij de tuchtrechtbank aanhangig gemaakt binnen twaalf maanden nadat de overheid die bevoegd is om de tuchtprocedure in te stellen, kennis heeft genomen van de feiten en uiterlijk binnen de vijf jaar na de feiten.

Indien binnen de termijn van twaalf maanden nieuwe elementen naar boven komen betreffende de reeds gekende feiten, waardoor die feiten zwaarwegender worden, wordt de termijn van twaalf maanden verlengd met zes maanden.

De tuchtvordering staat los van de strafvordering en van de burgerlijke rechtsvordering. Wanneer dezelfde feiten aanleiding geven tot een strafvordering, worden de termijnen bedoeld in het eerste en tweede lid geschorst tot de kennisgeving van de definitieve rechterlijke beslissing.

(NOTA: De wijzigingen aan artikel 415 bij art. 118 van W 2014-05-05/11, Inwerkingtreding: onbepaald en uiterlijk op 01-07-2016 zijn niet compatibel met de wijzigingen zoals reeds doorgevoerd bij art. 26 van W 2013-07-30/23)

Art. 416

De tuchtrechtbanken behandelen de zaak in openbare terechtzitting.

De betrokkene kan de tuchtrechtbank reeds voor de eerste terechtzitting verzoeken om de zaak met gesloten deuren te behandelen. De rechtbank gaat in op dit verzoek, tenzij zij dit strijdig acht met het algemeen belang.

Tegen de beslissing van de tuchtrechtbank om al dan niet het sluiten der deuren uit te spreken, staat geen rechtsmiddel open.

De tuchtrechtbank kan tevens achter gesloten deuren zitting houden gedurende de hele procedure of een gedeelte ervan, in het belang van de goede zeden of van de openbare orde, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privéleven van de persoon tegen wie vervolging is ingesteld zulks vereisen, of, in de mate dat dit door de tuchtrechtbank strikt noodzakelijk wordt geacht, wanneer in bepaalde omstandigheden de openbaarheid de belangen van de rechtsbedeling zou schaden.