Een zaak wordt bij de tuchtrechtbank aanhangig gemaakt binnen twaalf maanden nadat de overheid die bevoegd is om de tuchtprocedure in te stellen, kennis heeft genomen van de feiten en uiterlijk binnen de vijf jaar na de feiten.
Indien binnen de termijn van twaalf maanden nieuwe elementen naar boven komen betreffende de reeds gekende feiten, waardoor die feiten zwaarwegender worden, wordt de termijn van twaalf maanden verlengd met zes maanden.
De tuchtvordering staat los van de strafvordering en van de burgerlijke rechtsvordering. Wanneer dezelfde feiten aanleiding geven tot een strafvordering, worden de termijnen bedoeld in het eerste en tweede lid geschorst tot de kennisgeving van de definitieve rechterlijke beslissing.
(NOTA: De wijzigingen aan artikel 415 bij art. 118 van W 2014-05-05/11, Inwerkingtreding: onbepaald en uiterlijk op 01-07-2016 zijn niet compatibel met de wijzigingen zoals reeds doorgevoerd bij art. 26 van W 2013-07-30/23)