Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten.

HOOFDSTUK VIIbis - Bepalingen betreffende de referendarissen bij het Hof van Cassatie, de referendarissen, de parketjuristen en de criminologen

353bis

Art. 353bis

(oud artikel 353ter.) De Koning bepaalt de verloven, de vakanties en de afwezigheden wegens arbeidsondergeschiktheid van de referendarissen bij het Hof van Cassatie en van de referendarissen, de parketjuristen en de criminologen. Hij kan een regeling voor non-activiteit treffen en het daarbij uitgekeerde wachtgeld bepalen.

De Koning regelt de rechtshulp aan de referendarissen bij het Hof van Cassatie en aan de referendarissen, de parketjuristen en de criminologen en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade, overeenkomstig de bepalingen die op het rijkspersoneel van toepassing zijn.