Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 2 Bronnen van verbintenissen › Paragraaf 5 Oorzaak

Afdeling 3 Interpretatie en kwalificatie van het contract

5.64–5.68

Art. 5.64

Voorrang van de werkelijke wil

In contracten moet men nagaan welke gemeenschappelijke bedoeling de contractspartijen hebben gehad, veeleer dan zich aan de letterlijke betekenis van de woorden te houden.

Indien het contract evenwel is neergelegd in een geschrift, mag men het contract geen interpretatie geven die kennelijk onverzoenbaar is met de strekking van dat geschrift, rekening houdend met de intrinsieke elementen ervan en met de omstandigheden waarin het is opgesteld en uitgevoerd.

Art. 5.65

Nagaan van de werkelijke wil

Om na te gaan welke gemeenschappelijke bedoeling de partijen hebben gehad, wordt met name rekening gehouden met de volgende richtlijnen:

1°wanneer een beding voor tweeërlei zin vatbaar is, moet men het veeleer opvatten in de zin waarin het enig gevolg kan hebben, dan in die waarin het geen gevolg kan teweegbrengen;

2°bewoordingen die voor tweeërlei zin vatbaar zijn, moeten worden opgevat in de zin die met de inhoud van het contract het best overeenstemt;

3°hetgeen dubbelzinnig is, wordt uitgelegd volgens hetgeen gebruikelijk is in de desbetreffende streek en sector, en overeenkomstig de gebruikelijke betrekkingen tussen de partijen;

4°alle bedingen van een contract worden uitgelegd het ene door het andere, zodat elk beding wordt opgevat in de zin die uit de gehele akte voortvloeit;

5°hoe algemeen ook de bewoordingen zijn waarin een contract opgesteld is, toch omvat het alleen die onderwerpen waaromtrent blijkt dat partijen bedoelden te contracteren;

6°wanneer men in een contract een geval heeft vermeld tot verduidelijking van de verbintenis, wordt men niet geacht daardoor haar omvang te hebben willen beperken, wat betreft de niet vermelde gevallen die de verbintenis naar recht omvat;

7°de uitvoering gegeven aan het contract voordat er zich een betwisting tussen de partijen voordoet, wordt in aanmerking genomen voor de interpretatie van het contract.

Art. 5.66

Interpretatie bij twijfel

Bij aanhoudende twijfel met betrekking tot de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen zijn de volgende regels van toepassing, onverminderd de bepalingen eigen aan de bijzondere contracten:

1°het toetredingscontract wordt uitgelegd ten nadele van de partij die het heeft opgesteld;

2°het bevrijdingsbeding wordt uitgelegd ten nadele van de schuldenaar van de verbintenis;

3°in alle overige gevallen wordt het beding uitgelegd ten nadele van de begunstigde ervan.

Het contract met een consument wordt uitgelegd overeenkomstig het artikel VI.37 van het Wetboek van economisch recht.

Art. 5.67

Kwalificatie van gemengde contracten

Wanneer een contract bedingen bevat die vallen onder verschillende categorieën van contracten, wordt elk beding onderworpen aan de regels die van toepassing zijn op de categorie waartoe het behoort.

Indien een contract evenwel, in bijkomstige orde, bedingen omvat die behoren tot een categorie die verschilt van degene waartoe het contract in hoofdorde behoort, wordt het contract in zijn geheel, met de nodige aanpassingen, onderworpen aan de regels die daarop in hoofdorde van toepassing zijn, tenzij de desbetreffende bijkomstige bedingen uit hun aard een eigen reglementering noodzaken.

Dit artikel is van toepassing onder voorbehoud van de andersluidende wil van de partijen en van elke relevante dwingendrechtelijke regel of regel van openbare orde.

Art. 5.68

Herkwalificatie van het contract

Van de kwalificatie die door de partijen aan het contract is gegeven, kan enkel worden afgeweken indien zij onverenigbaar is met de bedingen ervan of met dwingendrechtelijke regels of regels van openbare orde.