Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 2 Bronnen van verbintenissen

Paragraaf 4 Voorwerp

5.46–5.52

Art. 5.46

Definities

Ieder contract heeft als voorwerp de verbintenissen of de andere rechtsgevolgen die de partijen beogen.

Het voorwerp van een verbintenis is een prestatie, die erin kan bestaan iets te doen of niet te doen, iets te geven of iets te garanderen.

Een verbintenis tot geven strekt tot de overdracht van een recht of tot de vestiging van een zakelijk recht.

Art. 5.47

Mogelijkheid van het voorwerp

De prestatie moet mogelijk zijn.

Art. 5.48

Voorwerpen in de handel

Het voorwerp van een prestatie moet noodzakelijk in de handel zijn.

Art. 5.49

Bepaalbaarheid van het voorwerp

De prestatie moet bepaald of ten minste bepaalbaar zijn zonder dat een nieuwe wilsovereenstemming tussen partijen is vereist.

De bepaling van de prestatie kan krachtens de wet, het contract of de gebruiken worden overgelaten aan één van de partijen of aan een bepaalde of bepaalbare derde, tenzij de wet dat verbiedt.

Art. 5.50

Toekomstige goederen

Toekomstige goederen kunnen het voorwerp van een prestatie uitmaken.

Art. 5.51

Geoorloofdheid

De prestatie is ongeoorloofd wanneer zij een toestand doet ontstaan of in stand houdt die in strijd is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen.

Art. 5.52

Onrechtmatige bedingen

Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden.

Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract.

Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.