Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 2 Bronnen van verbintenissen

Paragraaf 3 Voorkeurs- en optiecontract

5.24–5.26

Art. 5.24

Voorkeurscontract

Het voorkeurscontract is een contract waarbij een partij zich ertoe verbindt om voorrang te geven aan de begunstigde ervan indien zij zou beslissen te contracteren. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, is het voorkeurscontract aan volgende regels onderworpen.

De partij mag slechts met een derde contracteren nadat zij aan de begunstigde de gelegenheid heeft gegeven om zijn voorkeursrecht uit te oefenen. Te dien einde geeft zij aan de begunstigde kennis van de essentiële en substantiële bestanddelen van het contract dat zij beoogt te sluiten.

Deze kennisgeving geldt als aanbod.

Wordt het aanbod niet aanvaard, dan mag de partij niet contracteren met een derde tegen een lagere prijs of gunstigere voorwaarden zonder opnieuw over te gaan tot een kennisgeving overeenkomstig het tweede lid.

Art. 5.25

Optiecontract of eenzijdige contractbelofte

Het optiecontract, of de eenzijdige contractbelofte, is een contract waarbij een partij aan de begunstigde ervan het recht geeft te beslissen om met haar een contract te sluiten waarvan de essentiële en substantiële bestanddelen vastliggen en voor de totstandkoming waarvan enkel nog de toestemming van de begunstigde ontbreekt.

Art. 5.26

Sanctie

Wanneer een contract met een derde het voorkeurs- of optiecontract schendt, beschikt de begunstigde over de sancties bij niet-nakoming van de schuldenaar.

Ten laste van de derde die medeplichtig is aan de schending van het voorkeurs- of optiecontract, kan de begunstigde ook herstel van de geleden schade of de niet-tegenwerpelijkheid van het contract vorderen, of eisen dat hij de plaats van de derde inneemt in het gesloten contract.