<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 46, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Alle wetboeken › Arbeidsovereenkomstenwet
TITEL III _ DE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR BEDIENDEN.
HOOFDSTUK III _ Einde van de overeenkomst.
78–86/4
Art. 79
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 47, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 80
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 48, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 81
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 49, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 82
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 50, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 83
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 51, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 84
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 52, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 85
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 53, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 86
§ 1.De bepalingen van artikel 65 zijn toepasselijk op de arbeidsovereenkomst voor bedienden.
§ 2.Wat de hierna bedoelde ondernemingen en bedienden betreft, kan, in de vormen en onder de voorwaarden vastgesteld in een in de schoot van de Nationale Arbeidsraad afgesloten overeenkomst worden afgeweken van het bepaalde in artikel 65, § 2, vijfde lid, 2° en 3°, alsook van het bepaalde in § 2, negende lid, van hetzelfde artikel, in zoverre daarin voorzien wordt dat het beding geen uitwerking heeft wanneer aan de overeenkomst een einde wordt gemaakt, ofwel gedurende de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst ofwel na deze periode door de werkgever zonder dringende reden. Deze afwijkingen geven recht op het betalen van een vergoeding door de werkgever tenzij hij aan de effectieve toepassing van het concurrentiebeding verzaakt.
De ondernemingen waarop dit afwijkingsbeding kan worden toegepast zijn die welke beantwoorden aan een van de twee of aan de twee navolgende voorwaarden:
a)een internationaal activiteitsveld hebben of belangrijke economische, technische of financiële belangen hebben op de internationale markten;
b)over een eigen dienst voor onderzoek beschikken.
In deze ondernemingen kan het afwijkingsbeding worden toegepast op de bedienden die zijn tewerkgesteld aan werken die hen rechtstreeks of onrechtstreeks in staat stellen kennis te verkrijgen van praktijken die eigen zijn aan de onderneming en waarvan het benutten, buiten de onderneming, voor deze laatste nadelig kan zijn.
Art. 86/1
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 54, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 86/2
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 54, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 86/3
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 54, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>
Art. 86/4
<Opgeheven bij W 2013-12-26/08, art. 54, 080; Inwerkingtreding: 01-01-2014>